[an error occurred while processing this directive]

Department of Mathematics

Profielwerkstuk Wiskunde? De Universiteit Utrecht helpt!
Een onderwerp kiezen voor je profielwerkstuk is moeilijk. Kies je voor Wiskunde? Professoren en docenten van de opleiding Wiskunde in Utrecht helpen je graag met het maken van jouw profielwerkstuk. Om te beginnen noemen we hier twee onderwerpen die jou misschien aanspreken.

Welk onderwerp kies je? Chaos of pi ...
Chaos in de wiskunde; het lijkt bijna onmogelijk. Van water- en luchtstromingen en mechanische bewegingen bestaan allemaal wiskundige modellen. Maar wat gebeurt er als dat water een kolkende stroom wordt, of die luchtstroming een turbulente storm? Het oorsponkelijke model heeft dan weinig voorspellende waarde meer. Toch treden er nieuwe verrassende patronen op.

Pi is het bekendste niet-gehele getal. De verhouding tussen omtrek en doorsnede van een cirkel. Door de eeuwen heen hebben mensen pogingen gedaan dit getal uit te rekenen, hoewel je nooit alle decimalen zult krijgen. Daarin steekt een heleboel wiskundig vernuft.

Stappenplan?
Het kiezen van een leuk onderwerp voor je (profiel)werkstuk of spreekbeurt kun je op verschillende manier aanpakken. Daarna begint het eigenlijke werk: het verzamelen van de informatie en het schrijven van de tekst. Hoe pak je dat aan? De eerste raad: ga vanaf het begin volgens een plan te werk. Begin niet zomaar ergens. Je bespaart jezelf een hoop tijd en moeite door je taak te structureren. Een stappenplan kan er als volgt uitzien:

1. Onderwerp kiezen: Misschien vind je het een uitdaging een onderwerp te kiezen waar je juist niks van weet. Ga dan eerst na, bijvoorbeeld in de bibliotheek, of er voldoende informatie over te vinden is. Wat je ook kiest: zorg dat je onderwerp niet te breed is. Anders zie je al snel door de bomen het bos niet meer. Beperk je tot een aspect, een periode of een gebied.
2. Formuleren van een probleemstelling: Formuleer je probleemstelling zo concreet en exact mogelijk. Vermijd abstracte begrippen.
3. Informatie verzamelen: Een bezoek aan een bibliotheek en het web lijken onontbeerlijk. Ga te werk volgens de 'sneeuwbalmethode': maak een lijst met nuttige literatuur. Deze verwijst vaak weer door naar nieuwe vindplaatsen. Al zoekend kom je tot een complete lijst. Bedenk wel dat je tijd beperkt is en dat je niet kunt blijven zoeken. Selecteer snel je materiaal en ga vervolgens aan de slag. Maak aantekeningen van wat je hebt gelezen,vermeld steeds de bron met eventueel een korte inhoudsbeschrijving. Zo kun je gegevens gemakkelijk terugvinden.
4. Werkstuk schrijven: Misschien heb je tijdens het zoeken al een kladversie geschreven. Verwerk deze dan in je 'echte' werkstuk. Natuurlijk kun je ook tijdens het schrijven nog informatie verzamelen, je kunt zelfs je probleemstelling bijstellen. Hou in elk geval in de gaten of je bezig bent met het beantwoorden van je hoofdvraag. Leg je werk eens voor aan anderen. Regels voor de precieze opbouw van je werkstuk kunnen per vak en per docent verschillen. Een werkstuk is in het algemeen opgebouwd uit onderstaande onderdelen: titelpagina, inhoudsopgave, voorwoord, inleiding , betoog, conclusie, literatuurlijst en bijlagen.
5. Werkstuk vormgeven: Het oog wil ook wat! De inhoud van jouw werk is nu in orde. Besteed aandacht aan zaken als illustraties, lay-out, hoofdstuknummering, paginanummering. Lees het hele werkstuk nog eens door op spelling.

Heb je nog wiskundige vragen?

Mail die dan naar voorlichter@math.uu.nl en je krijgt snel een advies of antwoord waarmee je verder kunt.