In Utrecht heb je in je bachelorprogramma doorgaans een vrij in te vullen deel van 45 ECTS: de profileringsruimte. Hierin kun je vakken uit alle faculteiten opnemen, met dien verstande dat minstens 15 ECTS van niveau 2 of hoger moet zijn (kan ook een mastervak zijn).
Zonder toestemming van de EC kun je vakken, gevolgd aan een Nederlandse universiteit, in de profilering opnemen.
Voor vakken, gevolgd aan een buitenlandse universiteit, vraag je toestemming aan de EC; in de regel is dat geen probleem, maar er moet worden vastgesteld welk niveau dat vak heeft.
Ten aanzien van HBO-vakken geldt: "losse" HBO-vakken mogen niet in de bachelor worden opgenomen. Heb je een afgeronde HBO-opleiding, dan krijg je een vrijstelling voor 30 ECTS aan profileringsvakken. Alle HBO-vakken worden geacht te zijn van niveau 1, dus je moet dan nog 15 ECTS aan vakken van niveau 2 of hoger doen.
Wiskundevakken die je aan een andere, Nederlandse of buitenlandse, universiteit hebt gevolgd, kunnen vaak als wiskunde-keuzevak of als vervanging van een verplicht wiskundevak in de major worden opgenomen.
Hiervoor vraag je toestemming aan de EC, die controleert of het elders gevolgde vak het te vervangen vak voldoende "dekt", of het elders gevolgde vak niet te veel "overlap" heeft met een reeds hier gevolgd vak, en welk niveau het heeft. De EC zal hiervoor soms deskundige docenten raadplegen.
In tegenstelling tot de bacheloropleiding, waar iedereen met de juiste vooropleiding wordt toegelaten, kent de Masteropleiding een toelatingsprocedure. Je meldt je aan op de daarvoor bestaande webpagina van de UU.
Er zijn gevallen, waar je verplicht wordt om voordat je aan de Master kunt beginnen, een "pre-master" traject van maximaal 60 ECTS te volgen. In overleg met Thijs Ruijgrok en misschien je beoogde tutor in de Master, wordt een studieprogramma opgesteld. Dit geldt m.n. voor mensen met een bachelor van het University College; in een enkel geval ook voor mensen met een bachelor die slecht aansluit op het gewenste Masterprogramma.
Over het algemeen zullen studenten met een bachelor diploma Wiskunde of Wiskunde en Toepassingen zonder meer worden toegelaten tot de Master Mathematical Sciences, de master Stochastics and Financial Mathematics en de master Scientific Computing.
Een student die "bijna" klaar is met zijn bachelor (voor de precieze voorwaarden zie het OER) kan een voorlopige toelating tot de Master aanvragen op de al genoemde webpagina van de UU.
Artikel 3.7 lid 1 van het Master OER bepaalt, dat voor een master-diploma aan de UU tenminste de helft van de studiepunten behaald dient te worden via onderdelen verzorgd door de Universiteit Utrecht. MasterMath-vakken (en alle vakken die een UU-Osiriscode hebben) worden gerekend als door de UU verzorgd.
Voor het opnemen in de Master van andere vakken dan door de UU verzorgd, gelden min of meer dezelfde procedures als in de bachelor.
Enkele vakken uit een "aanpalend" vakgebied als Natuurkunde of Informatica, kunnen ook worden opgenomen.
Heb je aan de vereisten van het studieprogramma voldaan (of, dat denk je), dan vraag je bij Elise Goeree (E.W.M.Goeree@uu.nl) je (Bachelor of Master) examen aan. Soms zal zij (of Marian Brands) de EC raadplegen, in gevallen dat je studieprogramma licht afwijkt van de norm.
Is je programma goedgekeurd, dan krijg je je diploma tijdens een van de vastgestelde diploma-uitreikingen (3 maal per jaar).
Heb je een masterdiploma gehaald, of een bachelor terwijl je niet meteen verder gaat met een master, zodat je je wil laten uitschrijven, dan kun je soms een deel van je collegegeld terugkrijgen. Als "afstudeerdatum" geldt immers de laatste werkdag in de maand waarin je je laatste studieonderdeel hebt afgerond. Vraag dan een "afstudeerverklaring" aan Marian Brands of Elise Goeree. Deze controleren alles, en geven het verzoek door aan de EC. Vermeld je studentnummer, de afstudeerdatum en je postadres; je krijgt een brief.
Het kan ook voorkomen dat een docent klachten heeft over een student. Hiervoor geldt iets dergelijks als bij klachten van studenten: het is voor iedereen het beste, als dit tussen docent en student wordt opgelost. De EC gaat bijvoorbeeld niet in op klachten van een student, die door een docent een kleine disciplinaire maatregel krijgt opgelegd.
Heeft een docent ernstige klachten, dan kan hij/zij de EC inschakelen. Het is van belang te beseffen dat dit een zware maatregel is, want elke actie van de EC tegen een student wordt in diens dossier opgenomen (kan in het lichtste geval leiden tot de onmogelijkheid, cum laude te halen; in zwaardere gevallen tot uitsluiting van de studie). Het vaakst komt dit voor in gevallen van fraude en plagiaat (zie hieronder).
Als een docent verkiest, bepaald gedrag van een student aan de orde te stellen bij de examencommissie, dan dient hij van eigen disciplinaire maatregelen af te zien.
Bij elke klacht die zij in behandeling neemt, stelt de EC zich op de hoogte van de situatie, en hoort zij beide partijen.
Fraude betekent "bedrog". Vormen van fraude zijn: spieken bij tentamens, of "meeliften" op andermans werk in gezamelijke opdrachten. Plagiaat is diefstal van andermans werk: het als eigen werk presenteren van teksten, die je uit een boek of uit een website haalt.
Fraude en plagiaat zijn in de academische wereld volstrekt taboe en worden niet geaccepteerd. Merkt een docent dat een student fraudeert of plagiaat pleegt, dan geldt de betreffende opdracht als niet gedaan, en de docent meldt dit aan de Onderwijsmanager. Bij een tweede geval schakelt deze automatisch de EC in, die dan maatregelen zal nemen.
Back to base.